Saturday, April 30, 2005

Koninginnedag in Grafing

Het is heerlijk weer, om mij heen bloesemt en bladert alles, de vogels fluiten, maar toch.... Ik mis iets, denk ik terwijl ik met een volle boodschappentas door het idyllische Grafing struin. Maar wat?

Tegenover de brandweerkazerne is een oploopje. Eerst wil ik er met een grote boog omheen: als er iets ergs gebeurd is, dan helpt het niet, als ik er nog naar ga staan kijken. En mijn laatste EHBO-cursus is lang geleden. Maar als ik dichterbij kom, merk ik dat de mensen vrolijk kijken. Ze drommen om een paar tafels, waar een min of meer gesorteerde hoop spullen op ligt - eronder, ernaast en ervoor liggen de spullen die niet meer op de tafel pasten. Achter iedere tafel staat één persoon, die de andere mensen geinteresseerd aankijkt. Ook deze mensen zijn vrolijk en ontspannen. Ze dragen zonnebrillen en baseballcaps en hebben blikjes fris in hun handen. Een rommelmarkt! Is dit wat ik wilde?

Het volgende moment zie ik niets meer. Als ik weer bij zinnen kom, sta ik voor één van de tafels met een tas in mijn handen. "Daar past nooit mijn laptop in," doe ik een halfhartige poging tot onderhandelen. Maar de man achter de tafel heeft allang de hartjes in mijn ogen gezien en in de zijne verschijnen twee triomfantelijke eurotekens. "Heb meelij, ik ben een arme student," steun ik. "Vier euro," zegt hij minzaam. Dat valt mee.

Het was liefde op het eerste gezicht. De tas is zo'n typische vlooienmarktbuit: lelijk, vormeloos, slecht onderhouden. Maar juist daardoor zo oneindig mooi. En zo sterk dat zij honderden eigenaren overleefd heeft. Het leer is uitgeblubberd en uitgedroogd, maar als ik haar twee keer 24 uur in de bijenwas zet, dan is ze vast nog te redden. Als je iets zelf met veel moeite hebt moeten herstellen, dan is het meer van jou dan de duurste designerartikelen, denk ik. Een ding met karakter, met geschiedenis.

Op de terugweg schiet me opeens te binnen dat het vandaag koninginnedag is. Als je in het buitenland zit, is je hele mentale kalender door de war.

Dus dat was het, wat ik gemist heb! Voor mij horen rommelmarkten bij koninginnedag. En ik zie weer voor me hoe ik van kind af aan door mijn moeder tegenstribbelend over honderd obscure marktjes ben gesleept. Het enige wat me op de been hield, was de beloofde suikerspin na afloop.

Tegen die tijd liep ik meestal al niet meer naast mijn moeder, maar vijf meter achter haar. De suikerspin nam ik met een beleefd "Dank u wel mevrouw" in ontvangst. Want mijn moeder had dan haar armen vol met onbeschrijflijke monsters van dingen waar ik niet mee geassocieerd wilde worden. Aan het begin van de dag probeerde ik het nog met een "Mám, dat kun je niet doen! Als iemand uit mijn klas ons ziet met dat vreselijke potje/pannetje/vaasje/kleedje (vul maar in)." En ik snapte niet hoe uitgerekend ík aan zo'n gênante moeder kwam. Het moest een verwisseling op de kraamafdeling geweest zijn.

En nu zie ik mijzelf, weerspiegeld in een etalageruit, met in mijn rechterhand een mand vol boodschappen en om mijn linkerschouder triomfantelijk mijn grote schat: de gelige, vormeloze leren tas. Als mijn vriendinnen en mijn gastgezin voortaan op straat niet meer naast me willen lopen, dan denk ik maar dat tenminste mijn moeder trots op me zou zijn.

Monday, April 18, 2005

Drie mannen en een (computer?)probleem

De laatste weken hangt er weer zo'n vreemd geurtje in mijn kamer: een mengsel van muskus en after shave. Het ruikt naar man... - wat in mijn kamer niet bepaald gebruikelijk is.

Omdat mijn computer hopeloos hersendood is, brengt meneer Kulicke, de netwerk-expert van de computerwinkel in Grafing vele uren in mijn werk- annex slaapkamer bij de familie Backa door. Afgelopen herfst was hij er zo vaak dat ik heb voorgesteld om een eigen kamer voor hem in te richten. Bernward had toen net een hypermodern huisnetwerk ingericht met als gevolg dat niemand van ons meer het internet inkwam. Deze keer heb ik geluk: hij moet de computer mee naar de winkel nemen om er een nieuw werkgeheugen in te zetten. Opgelucht steek ik een paar wierookstokjes aan en zet mijn raam open.

Daarmee had de kous af kunnen zijn, ware het niet dat Kathi, de oudste van de kinderen, met haar gloednieuwe laptop internetproblemen had. Gelukkig voor haar kan meneer K. het ding met gemak meeslepen. Als de computer echter terug is, kan hij nog steeds niet het internet op. En wat erger is: al Kathi's bestanden zijn verplaatst. Ze komt er niet meer in.

Het is weekend, haar vader vliegt als piloot door Europa, zijzelf is bij haar moeder. Maar gelukkig is haar stiefvader netwerkbeheerder. Na drie uur heeft hij haar referaten en de film die zij samen met tien klasgenootjes heeft gemaakt weer gered.

Na het weekend klaagt zij haar nood bij haar vader. Als het aan Herr Kulicke had gelegen, was zij al haar werk kwijt geweest. En hoe had zij aan haar klasgenoten moeten uitleggen dat 24 uur filmwerk naar de haaien zijn? Nee, dan Tom, haar stiefvader! Waarom laat Bernward hém eigenlijk niet het internetprobleem oplossen? Hij heeft het al drie keer aangeboden en wil alleen maar een fles wijn na afloop. Dit in tegenstelling tot meneer K. die wel 60 euro per uur kost. Maar tot haar verbazing barst haar vader in woede uit: hij wil geen woord meer horen over "die super-Tom!" Misschien had meneer K. in tien minuten die bestanden weer op hun plaats teruggekregen. En trouwens, hij zal ze toch niet voor niets verplaatst hebben.

Als ik de keuken inloop, zie ik louter verbeten gezichten. Kathi is kwaad dat meneer K zo slordig met haar werk omspringt. Bovendien voelt zij zich langzaam een beetje bezwaard om steeds weer het aardige aanbod van haar stiefvader af te slaan. Maar haar vader weet niet zeker of Tom meer weet dan meneer K. En als het hem niet lukt moeten ze met hangende pootjes naar meneer K terug. Deze heeft mij al eens een paar dagen genegeerd, alleen maar omdat ik mijn broertje telefonisch om hulp gevraagd heb. Maar meneer K is volgens mij niet de enige die lichtgeraakt is.

Ik probeer me in Bernwards positie te verplaatsen en zie in gedachten het horrror-scenario, dat nu voor zijn geestesoog voorbij moet trekken:

Bernward komt terug van de luchthaven. Het hele huis is doortrokken van een onbekende after-shave. Of beter gezegd: een al te bekende after-shave. In zijn slaapkamer zit de man die nu met zijn vrouw samenleeft en groet hem vriendelijk. "Het is al bijna opgelost, hoor. Ik blijf nog drie dagen, dan is het klaar." Bernwards dochters zeggen afwezig "O, hoi pap." en lopen naar de slaapkamer "Tom, help je me met mijn spreekbeurt over vliegtuigen? Jij hebt toch overal verstand van." zegt de oudste. "Tom, kom je me een verhaaltje voor het slapengaan voorlezen?" vraagt de jongste.

Aan Kathis gezicht zie ik, dat zij het probleem ook begrepen heeft. Maar het ligt niet in haar macht om het op te lossen. Ze voelt zich heen en weer geslingerd tussen haar vader en haar stiefvader. Haar zussen staren met hoogrode gezichten op hun bord, maar eten niets meer. Ik probeer de kool en de geit te sparen en geef Kathi gelijk dat meneer K. een wat vreemde manier van communiceren heeft. Tegelijk spreek ik mijn vertrouwen in zijn vakkennis uit en zeg dat het niet handig is om familieleden met je eigen computerproblemen op te zadelen. Ik weet waarvan ik spreek, zeg ik, want mijn broertje is informaticus. Maar ik weet dat ik het eigenlijke probleem onbenoemd laat.

De komende weken zal het vreemde geurtje nog niet uit het huis verdwenen zijn: een mengsel van muskus en kruitdamp. De lucht van drie gekrenkte mannen-ego's. Kathi overweegt om later "iets met computers" te gaan doen. "Maar géén klantenservice!" Ik benijd haar om haar pragmatische instelling. Mijn computer werkt weer. In mijn bureaulade ligt een voorraad wierookstokjes waar je de Sint-Pietersdom mee kunt benevelen: je weet maar nooit wanneer het ding weer de geest geeft.

Monday, April 11, 2005

Vrijdag in Café Glück

"Hoe was je afspraakje op vrijdag?" vraagt mijn vriendin Simone mij nieuwsgierig.

Had ik een afspraakje op vrijdag? Koortsachtig graaf ik mijn geheugen af. Ik was de hele week ziek. O ja, en vrijdag was ik in het Café Glück, dat zichzelf aanprijst als de woonkamer van de Münchener Lesbo-scene. Bedoelt ze dat? Wat was er ook al weer op die avond...?

- "..Ehm, ja, leuk. 'ns Kijken... Ik heb het weer goedgemaakt met Hannelore..."

Hannelore - een vriendin van een vriendin - was al maanden kwaad op mij, omdat ik haar bij het grote vrouwenfeest in de Muffathalle in februari niet herkend had, en haar ter begroeting wat koeltjes de hand had gereikt. Zodra ze het Café Glück inkwam, heb ik mij met grote tegenwoordigheid van geest in haar armen gestort en gevraagd hoe haar vakantie was. Zelfs Hannelore met haar geheugen van een olifant kon bij zo'n charme-offensief niet kwaad blijven.

"Ja, fijn," Waarom klinkt Simone zo streng? "en toen?"

- "Petra was er met haar vriendin. Wist jij dat ze überhaupt een vriendin had? Haar ogen straalden, ze was gelukkig, ik kende de vrouw niet terug."

Petra is een beginnende anaesthesiste, maar met een portie cynisme waar een verbitterde oude arts nog een puntje aan kan zuigen. Maar tot mijn verrrassing bleek ze een aardige vriendin te hebben, die dus kennelijk ook een goede invloed op haar had. Ik wist niet dat Petra haar medemensen überhaupt nog als iets anders kon zien dan als een verzameling al dan niet functionerende organen.

"Jeetje, dus iedereen was er. Wie nog meer?"

- "Ehm, Cosmic was er. Zij is kennelijk ook weer beter. Doreen was er met Anita, maar dat was toeval: zij waren met Anita's vriendinnen op stap. Doreen was wel blij dat wij er waren, want Anita's vriendinnen zijn zo gesloten."

-"Zeg nou niet dat je ex er ook nog was. Dat ontbreekt er nog net aan."

-"Nee, die was er niet. Maar Karin wel, die vrouw die altijd zo met haar zit te flirten. Dus heb ik voor de veiligheid maar zelf met Karin geflirt, dan blijft ze misschien voortaan met haar vingers van mijn ex af. "

- "Ja, en dan ben jij ook meteen interessanter," zegt S. met een vette knipoog. Wat bedoelt ze? "En," gaat ze verder, "houd me nou niet langer in spanning. Ik wil nu het belangrijkste weten!"

- "???"

- "O, doe niet zo onmogelijk!" roept S. verontwaardigd. "Hoe was het met X?"

Gut ja, ik had een afspraakje met X, de vrouw van mijn dromen!

"Ja, ook goed hoor. Ik heb haar zelfs nog vijf minuten gesproken. Misschien gaan we de volgende keer naar de hetero-avond in SoulCity."