Friday, October 21, 2005

Onthullingen

"O, woon jij híer tegenwoordig?!" roept Andrea enthousiast in gebroken Nederlands.Vanavond komt de NL-Stammtisch bij mij eten, een groepje van zo'n tien Nederlandse en Nederlandstalige Duitse vrouwen uit München. De meesten van hen zijn lesbisch, net als mijn drie huisgenotes. Andrea kent na tien jaar in München al veel vrouwen en dus ook mijn eveneens tien jaar oude woongroep: "Ik kwam hier al toen Birgit er nog woonde. En woont Vroni er nog met haar hond? Zeg, kun je alles vinden in de keuken? Anders help ik je wel even, hoor!"

Ik knik, zuchtend.

Ben ik nou daarvoor uit het dorp Grafing naar München verhuisd? Het is nog erger dan vroeger in Nijverdal, waar je geen stap kon zetten zonder iemand tegen te komen die je ouders kende. Hier komt het voor dat je een leuke vrouw leert kennen om vervolgens te ontdekken dat ze de ex van je ex is. Of nog erger: je beste vriendin zat bij haar in de coming-outgroep en kan je alles, maar dan ook echt alles, vertellen over haar moeilijke jeugd en curieuze hobby's ("Ik wil me nergens mee bemoeien hoor, maar weet je wel zeker dat je iets wilt beginnen met een gepromoveerd biologe die een problematische binding met haar moeder heeft en in het weekend fantasy-romans schrijft?").

En nu dit: iemand die al kind aan huis is in de woongroep waar ík nog mijn plaats probeer te vinden!

Martina, met haar vierenveertig jaar de oudste van mijn huisgenotes, komt kijken hoe wij poffertjes bakken. Andrea herkent ze niet. Maar als Antje, een vrouw van haar leeftijd, de keuken binnenkomt, valt haar mond open: "Nederlands – jij?!"

Het stelt me weer gerust. Lesbisch München is klein, maar we weten toch nog niet alles van elkaar.

Thursday, October 06, 2005

Loslaten

„Mooi is dat,“ zeg ik verbitterd tegen de therapeute voor eetstoornissen met wie ik over Kathi ben gaan praten, „Ik offer mijn kostbare promotietijd op voor mijn au pairkinderen en dan mislukt hun opvoeding ook nog eens.“ De therapeute glimlacht en komt met de gebruikelijke frases: dat ik toch niet in mijn eentje voor Kathis leven verantwoordelijk ben en dat Kathi moet leren om op eigen benen te staan. „En u moet leren loslaten,“ besluit ze haar betoog. „Makkelijk gezegd,“ antwoord ik. „Maar hoe moet dat dan?“

Een maand later sta ik op het terrein van de Bavaria filmstudio’s. Het regent dat het giet, maar het groepje jongeren dat met filmopnames bezig is, lijkt dat niet te kunnen schelen. Keer op keer herhalen ze een scene die op een terrasje speelt: een kellner zet glazen neer voor twee politieagenten; op de achtergrond slaat iemand hen gade door een krant met een gat erin. – „Cut, opnieuw!“

Achter de camera staat een geconcentreerde jonge vrouw. Te druk bezig om eraan te denken hoe zij op anderen overkomt en waarschijnlijk juist daarom zo innemend: Kathi. Samen met haar zusje heeft zij een scriptwedstrijd bij de Bavaria filmstudio’s gewonnen. Als prijs mogen ze nu met hun klas hun eigen film ensceneren. Bijna zonder hulp van volwassenen hebben zij het project op touw gezet en ik ben uitgenodigd om te komen kijken.

De jonge studiomedewerkers die de opnames begeleiden, staan in leeftijd dichter bij de scholieren dan bij mij en ik houd me op de achtergrond om de ontspannen jonge-hondenstemming op de set niet te storen. In plaats daarvan maak ik foto’s vanonder mijn paraplu. Maar één van de assistenten komt naar me toe: „Kun jij even figurant zijn? Je hoeft alleen maar een keer door het beeld te lopen.“ Ik aarzel, maar de meisjes wenken me al.

Achteraf dringt tot me door dat dit misschien is, wat de therapeute bedoelde. Wat ik alvast weet, mocht ik later het geluk hebben om zelf kinderen te krijgen: het grootste deel van de tijd sta je alleen maar aan de zijlijn vanonder je parapluutje toe te kijken hoe zij hun weg door de regen vinden. Je kunt nauwelijks meer doen dan een paar foto’s maken om later te kunnen zien hoe snel zij groeiden. En als je heel veel geluk hebt, kom je nog even in beeld om hen te helpen: de opvoeder als figurant.