Dansen in het Duits
(11 december, 2005)
Na ruim vier jaar in Duitsland doe ik bijna alles in het Duits. Ook moeilijke dingen, zoals tellen. En dromen. Tegenwoordig ben ik blij als ik weer eens in het Nederlands droom: zelfs mijn ouders en mijn broertje richten 's nachts in het Duits het woord aan mij. Jammer eigenlijk. Mijn vader en mijn broertje kan ik opbellen, maar mijn moeder zou ik wel weer eens met haar eigen stem willen horen praten. Het lijkt wel of iemand stukje bij beetje mijn hele leven nagesynchroniseerd heeft – niet genoeg dat mijn heden zich in het Duits afspeelt, ook het verleden moet eraan geloven.
Maar sommige dingen zitten kennelijk ergens in een evolutionair ouder deel van mijn hersens opgeslagen. Want die kan ik gewoon niet in het Duits. Bijvoorbeeld stijldansen. Wat de dansleraar ook zegt, in mijn hoofd hoor ik mijn leraar van vroeger: "Links voor, zij, sluit, rechts draai, zij, sluit en wis-sel-pas." En dat terwijl ik me er toen al aan ergerde, dat hij alleen maar de herenpassen zei, zodat ik alles in mijn hoofd moest omdraaien. Bij onze Münchense dansvereniging is dat heel anders: we hebben het niet over 'heren' en 'dames', maar over 'herenpassers' en 'damespassers'. Anders zou je maar in de war raken: meestal dansen bij ons twee dames of twee heren met elkaar. En bij de weinige gemengde paren komt het vaak voor dat de heer de dames- en de dame de herenpassen danst. Leren we iets nieuws, dan oefenen we dat eerst gescheiden: eerst alle damespassers en dan alle herenpassers samen. Dus als de leraar zegt "rechts", dan is het rechts, ook voor mij als damespasser. Toch blijft die dansleraar van het christelijk jongerencentrum in Nijverdal maar in mijn hoofd. Ik weet niet eens meer hoe hij heet.
Mijn danslessen duurden een zomer lang. Toen de dagen korter werden, vond Lavinia, mijn studiegenote en danspartner, het hoog tijd dat ik weer leerde breien. Ik had haar namelijk verteld dat ik dat verleerd had en Lavinia rook een uitdaging. Dus zitten wij nu elke week met een paar naalden en een baal wol in het café te oefenen. Maar wat Lavinia ook zegt, in mijn hoofd hoor ik alleen maar: "Insteken, omslaan, doorhalen en ... af laten glijden." Ik laat het maar liever zo: eindelijk hoor ik mijn moeder weer eens ongesynchroniseerd.
Na ruim vier jaar in Duitsland doe ik bijna alles in het Duits. Ook moeilijke dingen, zoals tellen. En dromen. Tegenwoordig ben ik blij als ik weer eens in het Nederlands droom: zelfs mijn ouders en mijn broertje richten 's nachts in het Duits het woord aan mij. Jammer eigenlijk. Mijn vader en mijn broertje kan ik opbellen, maar mijn moeder zou ik wel weer eens met haar eigen stem willen horen praten. Het lijkt wel of iemand stukje bij beetje mijn hele leven nagesynchroniseerd heeft – niet genoeg dat mijn heden zich in het Duits afspeelt, ook het verleden moet eraan geloven.
Maar sommige dingen zitten kennelijk ergens in een evolutionair ouder deel van mijn hersens opgeslagen. Want die kan ik gewoon niet in het Duits. Bijvoorbeeld stijldansen. Wat de dansleraar ook zegt, in mijn hoofd hoor ik mijn leraar van vroeger: "Links voor, zij, sluit, rechts draai, zij, sluit en wis-sel-pas." En dat terwijl ik me er toen al aan ergerde, dat hij alleen maar de herenpassen zei, zodat ik alles in mijn hoofd moest omdraaien. Bij onze Münchense dansvereniging is dat heel anders: we hebben het niet over 'heren' en 'dames', maar over 'herenpassers' en 'damespassers'. Anders zou je maar in de war raken: meestal dansen bij ons twee dames of twee heren met elkaar. En bij de weinige gemengde paren komt het vaak voor dat de heer de dames- en de dame de herenpassen danst. Leren we iets nieuws, dan oefenen we dat eerst gescheiden: eerst alle damespassers en dan alle herenpassers samen. Dus als de leraar zegt "rechts", dan is het rechts, ook voor mij als damespasser. Toch blijft die dansleraar van het christelijk jongerencentrum in Nijverdal maar in mijn hoofd. Ik weet niet eens meer hoe hij heet.
Mijn danslessen duurden een zomer lang. Toen de dagen korter werden, vond Lavinia, mijn studiegenote en danspartner, het hoog tijd dat ik weer leerde breien. Ik had haar namelijk verteld dat ik dat verleerd had en Lavinia rook een uitdaging. Dus zitten wij nu elke week met een paar naalden en een baal wol in het café te oefenen. Maar wat Lavinia ook zegt, in mijn hoofd hoor ik alleen maar: "Insteken, omslaan, doorhalen en ... af laten glijden." Ik laat het maar liever zo: eindelijk hoor ik mijn moeder weer eens ongesynchroniseerd.
