Friday, June 24, 2005

Lievelingsscènes uit mijn leven: Kant en de valse hond.

Meestal voel ik mij niet zo prettig als ik een grote groep Duitsers op straat met hun rechterhand omhoog zie staan. Behalve op het station van mijn woonplaats Grafing, een voorstad van München. Daar weet ik inmiddelswat er aan de hand is. Elke ochtend om vijf voor negen is er een opstootje voor de stempelautomaat. Zo'n tien mensen staan klaar met een getrokken strippenkaart, maar in plaats van hem af te stempelen, houden zij hem in de lucht. En als de spoorbomen dichtgaan, gaan en masse de handen van de wachtenden naar beneden - richting automaat.

Dat zit zo. De maandkaarten voor het openbaar vervoer gaan pas om negen uur 's morgens in. Maar eens per dag, om vijf voor negen, vertrekt een directe trein van Grafing naar München en dat is handiger dan de S-Bahn, die pas kwart over negen vertrekt en er ook nog langer over doet. Dus stempelen alle forenzen met een maandkaart één strip af voor de vijf minuten die zij voor negen uur reizen.

Dat wil zeggen: als de trein op tijd is, want vijf minuten vertraging en en je kunt legaal, zonder te stempelen op de trein stappen. Dat gebeurt niet zelden, dus je moet wachten totdat de trein voor je neus staat en dan pas stempelen. Als hij er om negen uur nog niet is, kun je je strippenkaart weer in je zak steken. Dat scheelt toch weer een euro.

Je zou nu kunnen denken dat iedereeen in stilte voor zichzelf besluit om zijn kaartje niet af te stempelen, maar in Duitsland wil iedereen juridisch onaanvechtbaar zijn. Dus om drie minuten voor negen barsten rond de stempelautomaat de discussies los. Meestal is het een vrouw, die als eerste demonstratief haar portemonnee in haar tas terugdoet met de woorden: "Drie minuten. Ìk ga niet meer stempelen, hoor." Vaak stemmen dan twee andere vrouwen met haar in: "Het duurt minstens een minuut voordat de trein binnenrijdt en dan nog een minuut voordat iedereen binnen is en wij kunnen vertrekken." Een oud mannetje, dat ik ervan verdenk dat hij elke ochtend alleen maar op het station komt om paniek te zaaien, merkt op: "Maar dan zijn we om één minuut voor negen in de trein. En je betaalt om in de trein te mogen." "Nietes! Om mee te ríjden!" gaat iemand tegen hem in. Het oude mannetje zet een diepe stem op en legt triomfantelijk zijn grootste troef op tafel: "Wenn des aber a foischer Hund is, ..." (Daarmee doelt hij in goed Beiers op de conducteur, die weleens een gemene hond zou kunnen blijken.)

De kwestie van het één-tot-vijf-minuten-zwartrijden is inmiddels al op de pagina voor alledaagse ethische vraagstukken van de Süddeutsche Zeitung besproken. (De ethicus van de krantenredactie was erop tegen - onder beroeping op Immanuel Kants kategorische imperatief, als ik het mij goed herinner.) Maar voor het geval van vertragingen heeft nog niemand een oplossing.

Je zou het gewoon aan de conducteur kunnen vragen, als hij niet zo'n valse hond zou zijn. Maar eerlijk gezegd ben ik in de drie jaar dat ik op deze lijn reis nog nooit een conducteur tegen gekomen.

Thursday, June 09, 2005

Noch mehr eiserne Wahrheiten

Es hört nicht auf! Ist es dann doch wahr, daß die Weisheit nach dem 25. Lebensjahr kommt?
Heute:

1. Bleib immer Deiner Shampoo-Marke treu.
2. Wenn Du schon fremd gehst, dann niemals mit einem billigen Shampoo.

(Ich habe drei mal den Fehler machen müssen, bis mir die Einsicht kam. Mir fällt gerade ein, daß für Erdnußbutter in der Regel etwa dasselbe gilt. Aber in Deutschland gibt es keinen billigen Erdnußbutter.)

Thursday, June 02, 2005

Je préférais... - 3/Fin!

Vorige week schoot me ineens te binnen dat het ondertitelen van films ook nadelen heeft: bij een Engelstalige filmavond (films in het Engels ZONDER ondertitels, het bestaat ook hier) vroegen mijn vriendinnen links en rechts van mij om de vijf minuten: "Waarom lach je? Wat zeggen ze?"

Plotseling was ik terug in mijn lagere-schooltijd: op de bank voor de tv met een broertje dat nog niet kan lezen. Het is mijn taak om hem alle ondertitels voor te lezen - tenminste, dat vindt híj. "Wat zeggen ze nou?" vraagt hij, zodra ik één keer vergeet iets te vertalen. Ik wil de film verder volgen en vat het verhaal kort samen. "Jij zei het nou heel kort. Maar in de film praatten ze veel langer," zegt mijn broertje onverbiddelijk, "Je moet wel álles voorlezen, hoor."

O.K. over die leeftijd is hij heengegroeid. Sinds zijn zesde of zevende kan hij zelf de ondertitels lezen. Met Nederlandse kinderen heb je dan zo'n vijf à tien jaar een periode van vredige televisie- en biosavonden. Als je je kind gewoon naar een degelijke vmbo-school stuurt, dan kan deze periode zelfs eeuwig duren. Vervelend wordt het, als ze naar het vwo gaan en zo goed Engels (in het ergste geval ook nog Frans en Duits)spreken dat ze ook zonder ondertitels de film verstaan.

Dan krijg je op latere leeftijd de volgende scène: je zit vredig met een groepje mensen een film te kijken. Maar dan vallen door een storing plotseling de ondertitels weg. Je merkt het meteen, maar als je het zegt, heb je het spel verloren: je gezelschap zal om het hardst roepen dat ze er - gôh! - helemaal niets van gemerkt hebben, maar nu je het zegt... Ja weet je, eigenlijk lezen zij die ondertitels helemaal niet meer.

Nee, de kunst is om je mond te houden en te zien hoe iedereen elkaar van terzijde aankijkt in de hoop dat iemand anders het gaat zeggen. Met een beetje geluk komt er een storingsmelding. In dat geval is de winnaar degene die het snelst "Gôôh, niks van gemerkt!" roept. Duurt de storing echter niet zo lang, dan heb je een probleem. Goed, je zou op het eind kunnen zeggen, dat je heel eventjes dacht dat misschien... Maar dan heb je jezelf in feite al als ondertitellezer ontmaskerd. Dat is bijna net zo erg als toegeven dat je sokken in bed draagt.

Allemaal problemen die je met nagesynchroniseerde films niet hebt...

Ik heb besloten om maar tussen de twee culturen door te laveren: met mijn Duitse vrienden ga ik naar Engelse, met mijn Nederlandse naar Duitstalige films - bij voorkeur zonder ondertitels en in extreme dialecten die geen hond begrijpt. In plaats van te doen of ik het versta, kijk ik naar de landschappen en de mensen, op zoek naar een boodschap. En als ik al iets van de dialogen versta, dan weet ik wel beter dan dat te laten merken: voor ik het weet, zit ik weer synchroon te vertalen.