Wednesday, February 23, 2005

Haar eerste lesbienne (NL)

"Iets verder naar beneden graag, als dat kan." Ik weet niet precies wat ze bedoelt, want mijn hoofd ligt op dit moment lager dan mijn voeten. Maar zij zit nog lager, dus zal ze wel bedoelen: dichter naar haar toe. Nóg dichter met mijn ontblote geslachtsopening naar haar toe, die tussen mijn wijd gespreide benen zit. En ik ken haar pas tien minuten.

"Gaan de vrouwen bij u in Holland niet voor een uitstrijkje naar de gynaecoloog?" - "Ik weet niet wat andere vrouwen doen, maar ik in elk geval niet," zeg ik. De arts begint een zacht vermanende voordracht over de risico's van baarmoederhalskanker en hoe de vroege opsporing van kwaadaardige cellen de overlevingskansen vergroot.

Ze is vriendelijk, goed geinformeerd en neemt haar patienten zo serieus dat ze precies uitlegt wat ze voor onderzoeken doet en wat de zin ervan is. Ik heb haar adres via mijn beste vriendin.

Eigenlijk wilde ik alleen mijn borsten laten onderzoeken, omdat mijn moeder borstkanker had en ik een hypochonder ben die al jaren overal knobbeltjes voelt. Maar nadat mijn borsten gezond bleken (de knobbeltjes waren bij nadere inspectie mijn ribben), zei de arts dat op mijn jonge leeftijd een onderzoek van de baarmoedermond veel dringender was - die ellende begint namelijk jaren eerder dan borstkanker. Omdat ik al twee jonge kennissen met celveranderingen heb, hoefde ze niet lang aan te dringen.

"En uw vorige uitstrijkje, waren daar geen afwijkingen te zien?" - "Dat zeg ik toch: er is geen vorig uitstrijkje. Dit is mijn eerste." De gynaecologe schudt haar hoofd over die rare Nederlanders. Ik weet ineens ook niet meer, hoe andere vrouwen bij ons dat doen. Waarom heb ik nooit iemand daarnaar gevraagd? Er is een bevolkingsonderzoek voor ouderen, geloof ik. En de jongeren gaan zeker als ze het recept voor de pil laten verlengen, zeg ik haar. "O ja, de pil gebruikt u ook niet. Maar... u hebt toch wel een vriend gehad."

Ik zou nu gewoon nee kunnen zeggen. Maar dan val ik voor haar klinisch oog onder één noemer met een onervaren dertienjarige. En dat ben ik niet. Ik behoor tot een groep vrouwen met specifieke seksuele aktiviteiten en hun eigen gezondheidsrisico's en daar is een goed Duits woord voor. "Ich bin Lesbe," zeg ik beleefd, mijn hoofd om de deur van het kleedhokje.

"O," zegt de gynaecologe, "Dan hoeft u misschien toch niet ieder jaar terug te komen. Ik bedoel... baarmoederhalskanker wordt vooral overgedragen door seks met mannen. Met vrouwen..." - ze aarzelt - "denk ik... bestaat er eigenlijk niet zo'n groot risico. Lijkt mij."

Dat is één van de weinige nieuwe dingen die ik vandaag hoor. Altijd gedacht dat tumoren vanzelf ontstaan... Na deze mededeling begint de arts een praatje over het weer. Het sneeuwt hier al vijf weken, maar dát wist ik al.

Ik had gehoopt dat ze me bijvoorbeeld op de AIDS-risico's van lesbische seks zou wijzen. Dat die bestaan - anders dan velen denken - , weet ik weliswaar ook al. En wat je allemaal kunt doen om een besmetting te voorkomen, weet ik ook. Dat heb ik geleerd bij een lesbische workshop. Maar het is altijd fijn om bevestigd te zien, dat de dokter ook op de hoogte is. En juist bij haar verwacht ik dat.

Ook zou ik graag willen weten of het waar is dat lesbiennes een verhoogde kans op borstkanker hebben. Al zou ze het willen, ze zou het me niet kunnen zeggen, denk ik. Want de verschillende medische studies naar dit verschijnsel spreken elkaar tegen. En zo ontzettend veel onderzoek wordt er op dit gebied nou ook weer niet verricht. Niet lonend genoeg voor de farmaceutische industrie.

Maar mijn gynaecologe is ineens gefascineerd door het weer. Tja, als je de hele dag binnen in je praktijk zit, dan is het ook wel een heel interessant onderwerp. Ik moet wél naar buiten, dus ik trek, terwijl ze praat, mijn dikke jas aan, doe mijn sjaal om en zet mijn muts op.

Ik schud haar hand, loop de praktijk in het stijlvol gerenoveerde oude pand uit. De gang door, langs de wachtkamer. Langs het rek met brochures voor vrouwen in alle soorten en maten: meisjes die net aan de pil beginnen, zwangere vrouwen, vrouwen met een kinderwens, onvruchtbare vrouwen, vrouwen in de overgang... Maar één groep ontbreekt.

Ik ben de eerste lesbienne in haar praktijk. Zou dat echt zo zijn? Wie weet hoeveel lesbische vrouwen gewoon naar de gynaecoloog gaan en niets zeggen. Of nooit iets met een gynaecoloog te maken hebben - totdat ze echt iets krijgen.

Hoeveel vrouwen per dag lopen er, net als ik, langs dat rek - en krijgen ineens het gevoel dat ze een witte vlek op de landkaart zijn?

Monday, February 14, 2005

Dinge, die ich weiß. Ein Experiment.(D)

26 Jahre, davon fast 4 in Deutschland, ein abgeschlossenes Studium, hoffentlich bald eine vollendete Dissertation, 5 gescheiterte Beziehungen (wenn ich alles, was länger ging als eine Woche, mit einrechne), ein Freischwimmzeugnis und ein JuJutsu-Grundkurs... Was weiß ein Mensch mit dieser Lebenserfahrung? Meine Ausgangsthese war: wenig. Und je länger ich lebe, umso mehr Sicherheiten werden schwinden. Das wollen wir an dieser Stelle mal überprüfen. In einer schlaflosen Nacht habe ich versucht zu zählen, was ich alles an unumstößlichen Kenntnissen besitze. Immerhin kam ich auf 3. Wenn meine These stimmt, müßte ich nächstes Jahr weniger wissen als jetzt.

Meine unumstößlichen Wahrheiten:

-Man sollte niemals mit betrunkenen Leuten diskutieren.

- Man sollte sich niemals von Statistiken die Laune verderben lassen.

- Es lohnt sich immer, beim Anfang einer Koch-Session einen Topf mit Wasser zum Kochen zu bringen: Braucht man das heiße Wasser beim Zubereiten der Mahlzeit nicht (was aber selten vorkommt), so kann man es immer noch zum Abwaschen hernehmen. (Diese Weisheit habe ich übrigens aus einem Zeitschriftinterview mit irgend einem Kochguru.)

Ich untersuche im Moment noch folgende These:
- Wer seine Arbeit ungenau verrichtet, erntet damit mehr Respekt als ein Perfektionist.

Vielleicht kann diese kleine, aber unheimlich genaue empirische Studie zur Verifizierung/Falsifizierung beitragen.

Nächstes Jahr folgt die Fortsetzung.

Saturday, February 12, 2005

Je préférais... - 2 (NL/D)

Duitsers begrijpen niet van welk vitaal belang het voor niet-Duitsers is om acteurs met hun eigen stem te horen praten. Ja, natuurlijk: sommigen van hen vinden het best eens leuk om een film in het origineel te zien. In de grote steden zijn ook genoeg kleine bioscoopjes die ondertitelde films draaien. Maar die zijn voor de toeristen en het filmhuispubliek. Als je erop staat om álle films ongesynchroniseerd te bekijken, moet je wel een beetje een snob zijn - zoals bij ons iemand die weigert de Pathé in te gaan en alleen maar LIGA-68-films bekijkt. Liefst van die Italiaanse films, die direct van Cannes komen en daarom dubbel ondertiteld zijn: Frans én Nederlands. En dan achteraf, bij een glas wijn en een sigaar, uitvoerig de vertalingen met elkaar gaat zitten te vergelijken.

Deutsche verstehen nicht, daß es für Nicht-Deutsche von lebenswichtigem Interesse ist, Schauspieler mit deren eigener Stimme reden zu hören. Klar finden es manche ganz nett, sich mal einen Film in der Originalfassung anzusehen. In Großstädten sind genügend kleine Kinos, die Filme mit Untertiteln drehen. Aber diese leben von Touristen und vom Programmkino-Publikum. Wer darauf besteht, sich nur O-Ton-Filme anzuschauen, muß schon ein bißchen versnobbt sein - Das holländische Äquivalent wäre jemand, der sich weigert, auch nur einen Fuß in die großen Multiplex-Kinos zu setzen und sich stattdessen nur independent Filme anschaut. Am besten so italienische, die direkt aus Cannes angeliefert werden und deswegen doppelte Untertitel haben: französische und niederländische. Und anschließend setzt man sich mit einem Glas Wein und einer Zigarre hin, um ausführlich die beiden Übersetzungen miteinander zu vergleichen.

Ze snappen niet dat het fysiek p i j n doet als de lippen van de acteurs nog nabewegen, terwijl de zin allang is uitgesproken. Dat het een schandaal is als E.T. ineens zegt "E.T. nach Hause telefonieren": alsof in Sesamstraat Pino Ienie Mienie verkracht voor het oog van duizenden kleine kijkertjes. Dat je, als je in de hel komt, en mag kiezen tussen het klassieke roosteren-op-open-vuur óf tot in alle eeuwigheid je lievelingsfilms bekijken, op een groot scherm, nagesynchroniseerd - dat je dan maakt dat je in het vuur belandt, voordat de duivel nog van gedachten verandert!

Sie verstehen nicht, daß es physische S c h m e r z e n auslöst, wenn sich die Lippen der Darsteller noch weiter bewegen, nachdem diese ihren Satz längst zu Ende gesprochen haben. Daß es ein Skandal ist, wenn E.T. statt "E.T. phone home" plötzlich "E.T. nach Hause telefonieren" sagt. Genauso skandalös, wie wenn sich der niedliche Außerirdische zu einem Menschen fressenden, Frauen vergewaltigenden Ungeheuer entpuppen würde. Daß du, wenn du in die Hölle kommen würdest, und dich entscheiden dürftest zwischen entweder dem klassischen Geröstet-werden-auf-offenem-Feuer oder bis in alle Ewigkeit deine Lieblingsfilme auf Großleinwand, synchronisiert - daß du dich da beeilst, ins Feuer zu kommen, bevor es sich der Teufel noch anders überlegt!

Nee hoor! Hier kan het gebeuren dat je bij een gezellig DVD-avondje ein - de - lijk weer eens de originele stem van Julia Roberts te horen krijgt. En je voor het eerst sinds jaren weer kunt begrijpen dat je als tienermeisje met haar gedweept hebt, want met haar Duitse stem bezit ze hooguit nog de helft van haar uitstraling.Stralend kijk je de gastvrouw aan. Maar die staat op en zegt: "O, sorry hoor. Hij staat nog op de verkeerde taal." Ze pakt de afstandsbediening en zapt naar het hoofdmenu: "'ns Kijken...Taal: Duits...Ondertitels: geen. Ziezo, we kunnen verder kijken! - Wat wil je, Carina, een vuurtje? Maar jij rookt toch helemaal niet?!"

Keineswegs! Hier kommt es vor, daß du beim häuslichen DVD-Abend end - lich mal wieder die Originalstimme der Julia Roberts zu hören bekommst. Und zum ersten Mal seit Jahren wieder verstehst, daß du als Teenie-Mädchen für sie geschwärmt hast, denn mit ihrer deutschen Synchronstimme besitzt sie höchstens noch die Hälfte ihrer Ausstrahlung. Freudenstrahlend schaust du die Gastgeberin an. Aber diese steht auf und sagt: "O Entschuldigung, da ist ja noch die falsche Sprache einprogrammiert." Sie nimmt die Fernbedienung und zappt zum Hauptmenü: "Mal schauen... Sprache: Deutsch...Untertitel: keine. So, es kann weitergehen! - Wie bitte? Du brauchst Feuer, Carina, aber du rauchst doch gar nicht?!"

Tuesday, February 08, 2005

Carnaval meets roze München (NL)

Hoewel ik mijn derde lente in München tegemoet storm, was dit de eerste keer dat ik hier heb "Fasching" meegemaakt. Tot nu toe heb ik de carnavalsdagen altijd in het om zijn Rosenmontags-optocht beroemde Mainz doorgebracht. Niet omdat ik van carnaval hield, maar omdat dat de beste gelegenheid is, om de oude bekenden van mijn studieperiode daar verzameld te vinden.

Stom!
Nee, van dat carnavalsfeest zelf in die provinciestad heb ik nooit de lol ingezien. Ik vond het een beetje een suf feest voor burgerlijke katholieken die de rest van het jaar niets mogen van zichzelf. En dan eens per jaar - als ze éindelijk eens even iets leuks mogen doen - veilig incognito in hun mallotige kostuums zichzelf klemzuipen, schreeuwen... domweg omdat ze verder te fantasieloos zijn om iets echt lolligs te bedenken.

Kitsch+decadentie = homo's!
Maar klopte mijn vooroordeel wel? Of geldt het misschien alleen voor Mainz? Zou je van dat feest nou echt helemaal niets kunnen maken? Ik besloot dit jaar eens niet naar Mainz te gaan en in plaats daarvan in München veldonderzoek te verrichten. Ik bedoel: carnaval... als je erover nadenkt... Bonte kleren, veel make-up, lawaaierige optochten, slechte Schlager-muziek, kitsch en decadentie... Wie komen daar op af als vliegen op de stroop? Juist: homo's! Net als het Eurovisie-songfestival, de Zangeres zonder Naam in Nederland, de Beierse volksdans in Duitsland zou ook het carnaval toch allang door homo's geannexeerd moeten zijn? En waar homo's zijn, daar volgen vroeg of laat ook de lesbo's onder het motto "Wat die mannen kunnen, kunnen wij beter." Misschien is het carnaval in de Münchener Szene wél leuk?

Alien
Mijn vriendin *Cosmic* had dezelfde gedachte. *Cosmic* heet eigenlijk Christine, maar bij het uitgaan neemt zij haar tweede, buitenaardse identiteit aan. Voor haar was carnaval dé gelegenheid om niet in haar eentje als alien rond te lopen. In een mum van tijd had zij haar vriendinnen bij elkaar getrommeld, kleurige stofjes gekocht, hen tot afgezanten van verschillende planeten benoemd en flitsende, *galaktische namen* voor hen bedacht. Drie zondagen achter elkaar zaten wij bij *Cosmic* thuis in Puchheim onze kosmische gewaden in elkaar te naaien en interstellaire hoeden te knutselen.

Star Wars
Dat klinkt vredig, maar in de praktijk was het drie weken Star Wars. *Luna*, de afgezante van de maan had een oogje op *Cosmic* laten vallen, evenals *T'Pau*, de ambassadeur van de zelfbedachte planeet Vulkana. Waardoor de maanvrouw gezusterlijk met de niet zo diplomatische Saturnus-diplomate -die zij anders niet kan uitstaan - over het overgewicht van *T'Pau* zat te roddelen. De Saturnusvrouw was op haar beurt beledigd, omdat de Marsvrouw niets van zich liet horen. En dat terwijl de Marsvrouw voor onze technische uitrusting met knipperende voelsprieten verantwoorderlijk was! De Venusvrouw belde: op het laatste moment wilde haar vriendin toch meekomen, maar die had nog geen kostuum, alleen een zwart pak. "O, moet die trut ineens ook mee? Dan gaat ze toch lekker als zwart gat!" krijsten de intergalaktische vrouwen, plotseling weer eensgezind. "De anderen zeggen dat ze wel als nachthemel kan gaan," zei *Cosmic* - de enige ware diplomate in ons midden - door de telefoon. Op dat moment ging de bel. De Marsvrouw stond voor de deur met onze knipperlichtjes en een innemende glimlach, alsof ze niet al weken lang onze smekende boodschappen op haar antwoordapparaat had genegeerd. *Cosmic* hielp haar uit haar jas, terwijl de Saturnusvrouw nog mopperde "Als ze maar niet denkt dat daarmee weer alles goed is." Op de schommelstoel tegenover mij legde intussen *Magneta* de laatste hand aan haar kroon van batterijen en neuriede lachend: "We are family!"

Anders
Maar op Faschingsdienstag zelf waren alle strijdbijlen begraven. Om vier uur 's middags liepen acht normaal geklede vrouwen met grote stofbundels onder hun arm het café Seitensprung binnen. De kroeg staat bekend om zijn ruime damestoiletten, die al gauw helemaal in beslag genomen waren door buitenaardse wezens in fladderende gewaden. Iedereen was druk bezig met schminken en het aanbrengen van knipperlichtjes tot groot vermaak van de andere toiletbezoeksters. "Iemand mijn glitterstift gezien? - Nee, maar heb jij mijn haarlak?" "Kun jij mijn batterij even aansluiten? - Ik wil wel, maar waarom heb je dat ding zo diep in je decolleté gestopt?" "Mijn armen! Waar zijn mijn derde en vierde arm gebleven?!"

Uiteindelijk waren de acht vrouwen verdwenen en maakten acht buitenaardse wezens zich op voor een lange tocht door het roze uitgaansleven. Voor sommigen een barre tocht, want niet iedereen was gewend om in een lange, fladderende jurk uit te gaan en daar hadden onze gewaden toch verdacht veel van weg. "Hoe kun je nou lopen in zo'n ding?" vroegen de butches de femmes. Voor het eerst interesseerden deze stoere potten zich voor de "tuttige" lipsticklesbo's. En voor het eerst kregen wij vrouwen die avond erkenning van homo-mannen. In je tuinbroek praat geen man met je, maar zodra je een maffe jurk aandoet en knipperlichtjes op je hoofd zet, hoor je er helemaal bij.

We waren die avond anders dan anders. We waren hetzelfde als de anderen. We waren verschillend. We leken op elkaar. Had *Magneta* gelijk en waren we familie? Ineens kreeg ik een vaag vermoeden, wat er zo leuk kon zijn aan carnaval. Ik ga nooit meer naar Mainz.