Friday, May 18, 2007

Beiers voor Beginners. Les # 1: 'Fei' en 'mei'

In sommige Afrikaanse talen bestaan er speciale tussenvoegsels om bijvoorbeeld aan te geven of het voorwerp, waarover je spreekt van hout of van steen is. Inuit hebben meer dan 20 woorden voor sneeuw. In het Javaans bestaan er verschillende woorden voor 'ik', al naar gelang de sociale status van de spreker. Maar ik kende geen enkele, echt geen enkele taal, waarin je met een speciaal, eenlettergrepig tussenwerpsel kan zeggen dat je een irritante, kleinzielige betweter bent. Totdat ik naar Beieren kwam: hier hebben we het woordje 'fei'.

Als in: "Des ist fei a Einbahnstraß'!"

(Vrij vertaald: "Nou, maar dat is anders wel een straat met eenrichtingverkeer, hoor!" – natuurlijk alleen te gebruiken als de aangesproken persoon net aan de verkeerde kant fietst.)

Het bovenstaande voorbeeld laat zien dat 'fei' [spreek uit: 'fai'] behalve "ik ben een vervelende betweter" óók kan betekenen "u bent zeker Nederlands". Want het is het meest gehoorde woord, wanneer je als Nederlandse door München fietst:

"Die Ampel war fei rot!"

"Dat stoplicht was rood [en ik ben een vervelende betweter en u bent zeker Nederlands]!"

Deze voorbeelden vormen een duidelijke illustratie van een verschijnsel dat linguisten ook wel 'redundantie' noemen, in normaal Nederlands zoiets als overtolligheid van bepaalde taalelementen: want ik zíe dat het stoplicht rood was en ik wéét dat ik Nederlands ben en dat degene, die mij naroept een irritante betweter is, hoef je nou ook meer niet per se uit te leggen.

Mijn grote broer, die taalkundige is, heeft mij ooit een keer uitgelegd dat talen onder andere volgens het economisch principe werken: als een bepaald element overbodig is, dan laat je dat bij het spreken gewoon weg. Ik moet er nou wel bij zeggen dat mijn broer romanist is. Misschien doen Spanjaarden of Italianen dat, maar Beieren zitten anders in elkaar: die hangen aan hun tradities. Maar het gaat gestaag vooruit: Edmund Stoiber weg als CSU-leider en dat omslachtige ' en ik ben een vervelende betweter en u bent zeker Nederlands' hebben we toch ook maar mooi weten te reduceren tot het drieletterig "fei"!

Dialektonderzoekers hebben er om die reden een hele studie aan gewijd. Tja, voor Beieren is het natuurlijk een hele vooruitgang, maar ik vind het wat overdreven.

Mijn Beiers lievelingswoord daarentegen is 'mei' [spreek uit 'mai']. Dat is kort en multi-inzetbaar. Waar wij minstens vier verschillende woorden voor hebben, kun je in het Beiers allemaal zeggen met dat ene "mei".

Zoals het langgerekte, aan het eind met de stem iets omhooggaande "meeeiiiii", dat vooral vrouwen gebruiken, als ze iets schattigs zien, bijvoorbeeld een video van E.T., of een plaatje van baby-ijsbeertje Knut in Berlijn. NL: Aaaaaaaaaaaach!

Of het zuchtende "mei,mei" van oudere mensen. (NL: "Nounou" [met krakende stem uitgesproken])

Het juichende "mei", als in "Mei, ist des schee [=Hoogduits: schön]!" (Twents: "Mooooooooooi man!" Het Twents is een nog veel inefficientere taal dan Beiers of Nederlands, maar wel moooooi.)

Het resolute "Ja: mei" van moeders tegen hun kinderen, die net onder tranen hebben verkondigd dat zij levenslang in psychoanalyse moeten, als zij nu geen ijsje/zakgeldverhoging/iPOD/... krijgen. (NL: Dat is nu eenmaal zo.)

Bijna onvertaalbaar, het ronduit filosofische "Ja, meeeeiii,", van de slaperige beambte, die voor je neus zijn loket dichtschuift, al heb je drie uur in de rij gestaan om aan de beurt te komen: Ja, mei, over drie weken is er weer een spreekuur.

Maar het allerbeste aan het woord: het is het ultieme antwoord op alle stomme fei-zeggers en het rijmt ook nog – ik heb er een kort gedicht over gemaakt (in de Nederlandse vertaling is het niet meer zo kort):

Die Ampel

"Die Ampel war fei
rot" – "Ja, mei!"

Vertaling:

Het Stoplicht

"Dat stoplicht was anders wel

rood hoor
(en u bent zeker Nederlands)"
Ja, Beierse betweterige neuroot,
zeur nog maar lekker even
door -
(zo gauw krijg je vast geen tweede kans)."

Sunday, December 17, 2006

Koffiedik kijken

"Ze weet alles, hoor," legt mijn leidinggevende op mijn nieuwe werkplek uit, hoe de koffiezetter werkt. (In het Duits zijn koffiezetapparaten namelijk vrouwelijk.) "Op het display staat precies wat je moet doen." En ze laat me alleen met het slimme apparaat in de kleine keuken staan.

"Dus..." zeg ik aarzelend, "als je alles weet wat ik moet doen... Misschien kun jij me helpen. Ik heb weer eens een probleem met een vrouw: ik vind haar leuk, zij ziet mij niet staan... nou ja, je kent het wel..." Vol verwachting lees ik het display:

W A T E R B I J V U L L E N

Hm. Waarom moeten orakelen ook altijd van die cryptische aanwijzingen geven...? Dat deden ze bij de oude Grieken ook al... Maar wacht eens even: oude Grieken, water... Vocht...! Ons woord humor komt van het Griekse woord voor vocht! "Dus je bedoelt dat ik het allemaal met een beetje humor moet bekijken."

Niet slecht. Maar ik moest maar eens aan het werk gaan, anders maak ik zo'n slechte indruk op mijn eerste dag. Eerst maar even een bak koffie zetten. Het reservoir is ook leeg. Terwijl ik het bijvul, vraag ik voor de zekerheid nog: "Ja, en verder? Ik bedoel, je kan wel lachen om alles wat fout gaat, maar ik wil toch ook een beetje genieten..."Nu verandert het display:

A F V A L B A K L E G E N

Wat moet ik daar nou mee...? "O, je bedoelt dat ik eerst mijn verleden op orde moet brengen... Of zij? Want zij praat ook nog de hele tijd over haar ex, hoor. Jaja, we hebben allebei nog een hele lading afval bij ons, om het in jouw bewoordingen te zeggen."

Inmiddels is het me nog steeds niet gelukt om een bak koffie uit het apparaat te krijgen, maar met de relatie-adviezen ben ik dik tevreden. Misschien moet ik eens het opvangbakje met gebruikte koffiepads legen, dat achterin de machine zit. Hihi, allemaal koffiedik... Geen wonder dat die machine alles weet! Ik druk op de knop. Weer niets... Wat is er nu aan de hand...?

Z O N D E R K O F F I E P A D W O R D T D A T W E L E E N S L A P B A K J E, H O O R! M A A R W A T V E R W A C H T J E O O K V A N I E M A N D D I E H A A R H E L E E E R S T E W E R K D A G M E T H E T K O F F I E Z E T A P P A RA A T S T A AT TE K L E T S E N . . .

Wat een afgang! Ik hoop maar dat ze het niet verder vertelt.

Sunday, October 29, 2006

Scènes uit een lange-afstandsrelatie

"...Hoi schatje, ook goedemorgen! ... Koud? Nee, hier is het heet. Komt door de föhnwind. Een beetje zon erbij en je zit zo bij twintig graden. En bij jullie? ... Tien graden en regen? Ja, moet je maar hierheen verhuizen. Wat zeg je...? Lawaai? Ja, ik ben net sinaasappels aan het persen. ... Nee, niet beledigd zijn. Het is juist andersom: ik maak sap, terwijl ik met jou telefoneer. En trouwens: anders kom ik nooit aan ontbijten toe. ... Oorpijn..?! Hier klinkt het anders heel normaal. ... Okay, okay, dan maak ik eerst wel even het hondevoer klaar. Maar hoe is die werkbespreking nou gelopen gisteren? ... Gôh, wat vervelend. En heb je – Waar zit die hond nou? ... Ja, lieverd, ik luister toch! Maar de hond moet ook eten. Hij eet toch al niets de laatste tijd. Kom nou uit je mand, beest! [Fluit.] Ja, daar zijn we! Eten! ... Hallo? Ben je er nog...? ... Ja, nou, sorry, hoor! Maar die hond wordt ook met de dag dover. Daarom moet ik zo hard fluiten. Ik heb toch al expres náást de hoorn gefloten en niet erin. Maar waar waren we nou gebleven...? O ja, werkbespreking. Hoezo, je belt me nog terug? Heb ik eindelijk eens tijd om gezellig met je te ontbijten ... "

Monday, August 07, 2006

Geesten uit het verleden

"Wie was dat, tegen wie je net hallo zei, Lottchen?" vraagt Luise. Het is een lauwe zomerse avond en mijn twee vriendinnen willen een terrasje gaan pikken in het Glockenbachviertel, thuisbasis van Münchens homo's en lesbo's.

Lotte haalt haar schouders op: "Och, een geest uit het verleden..." -- "Ja, ik heb het wel gemerkt, hoor, hoe je haar aankeek. Een ex van je, zeker?" – "Hee, niet zo nieuwsgierig meteen! Altijd als we in de scene uitgaan, struikelen we over allerlei ex-en en one-night-stands van jou. Mag ik nou ook eens?" – "Ja, natuurlijk. Maar ík doe niet zo geheimzinnig." – "Nee, jij vertelt me meteen alles: hoe jullie elkaar hebben leren kennen, haar lievelingseten en dan nog allemaal persoonlijke voorliefdes en eigenaardigheden van haar die ik liever niet had willen weten." – "O nou, sorry, hoor. Ik wist niet dat je een probleem daarmee had. Weet je, ik wil gewoon open zijn. Anders ben ik bang dat je je bedreigd voelt, omdat ik zoveel meer ... ehm, ervaring heb. Maar jij hebt dus kennelijk meer ervaring dan ik dacht? Of recentere..." – "OK, OK, voordat je nog iets gaat denken: Dat was Nina. We waren vroeger samen op ponykamp, toen we 15 waren ofzo. Ja, ik was een beetje verliefd op haar. Maar het was hopeloos: ze had alleen maar oog voor de zoon van de manegehoudster. Ben je nu tevreden?" – "Ooooh, wel een héél oude geest uit je verleden! Schattig, hoor! En..."

Luise wil nog iets plagerigs zeggen, maar ineens onderbreekt ze zichzelf en trekt Lotte snel een zijstraat in: "O, kunnen we even een blokje om? Daar loopt een ex van me. Je weet wel, Elisa, die met die waanvoorstellingen. Die op een nacht met een mes naast mijn bed stond. O sorry, dat wou je helemaal niet weten, zei je net. Maar ik wou eigenlijk alleen maar zeggen: beter als ze ons niet samen gearmd over straat ziet gaan... Zeg, waar gaan we eigenlijk heen?"

– "'Café Glück' zou weer eens leuk zijn," antwoordt Lotte, "Aan de andere kant: dan komen we gegarandeerd al je exen weer tegen. Zoals je ziet, komen alle vrouwen van vroeger weer uit hun winterslaap." – "Ja, we kunnen natuurlijk ook naar de 'Seitensprung' gaan. Maar misschien denken mijn ex-en dat dan ook. En dan zijn die allemaal dáár." – "Nou ja. Dan kunnen we dus tóch naar het 'Glück'. Want dan zitten je ex-en in de 'Seitensprung'." – "Maar als mijn ex-en nu toch naar het 'Glück' gaan? Omdat zij denken dat wij denken dat ze naar het 'Glück' zullen gaan en dat wij daarom naar de 'Seitensprung' zouden gaan en dat zij dan dus op hun gemak naar het 'Glück' kunnen gaan? Of als één ex in het 'Glück' is, een in 'Seitensprung' en in alle andere cafés zit ook een ex van mij? Want mijn ex-en gaan natuurlijk niet allemaal samen op pad. Behalve Juli en Lizzy dan, die nu een stelletje zijn..."

Luise onderbreekt zichzelf, buiten adem: "O, man, waarom heb ik ook zoveel ex-en?!" – "Tja, het noodlot," zegt Lotte plechtig, "is een speenvarken: het krijst altijd op het verkeerde moment." Luise kijkt haar vriendin verbouwereerd aan: "Wat is dat? Weer zo'n Chinese wijsheid van je?" – "Nee, zelf bedacht." Nu schiet Luise in een schaterende lach, zodat alle passanten omkijken: "Een speenvarken! Hoe kóm je erop? Weet je wat? Ik heb gewoon zoveel ex-en, omdat ik zo druk op zoek was naar iemand met zulke geniale ingevingen als jij!" En in opperbeste stemming vervolgen mijn vriendinnen hun weg naar het café Glück.

Thursday, May 04, 2006

Luise, Lotte en de wolf

"Afgelopen zondag waren we in het Wildpark," vertelt Luise met glanzende ogen. Het Wildpark is kleiner dan de officiele dierentuin en ligt even buiten München. "Ze hebben daar zulke leuke dingen voor kinderen." - "Ja," haakt Lotte een beetje snibbig in, "maar wij hádden de kinderen helemaal niet. Die waren bij Joseph. Moet je je voorstellen: twee volwassen vrouwen op zondag in het wildpark. We waren echt de enigen zonder kinderen. En op een gegeven moment was ik Luise ook nog kwijt. Weet je waar ik haar terugvond? Bij de bak met waterspelletjes, nou vraag ik je! Eenenveertig jaar, maar denk je dat ze ooit volwassen wordt?"

Luise begint onverstoorbaar te beschrijven, wat je in het Wildpark allemaal voor leuks met water kunt doen. Ze gaat helemaal op in haar verhaal, totdat ze onze blikken op zich gericht voelt en haar verhaal besluit met een: "Ehm, ja. Echt ontzettend leuk hoor... Voor kinderen." Lotte zwijgt berustend. De rest van het gezelschap aan tafel schiet in de lach.

"En hebben jullie eigenlijk weleens een wolf gezien?" vervolgt Luise na een korte adempauze met onverminderde geestdrift. "Voor mij was het de eerste keer. Ongelooflijk hoe behendig die beesten zijn. Prachtig." Nu begint Lotte vervaarlijk met haar ogen te draaien. "Wat kijk je nou," zegt Luise verontwaardigd, "had ik soms mijn mond moeten houden tegen dat jongetje?" - "Nou ja," reageert Lotte, "zijn vader stond ernaast. En zijn moeder. Eerlijk gezegd kon ik wel door de grond gaan." Nieuwsgierige blikken alom.

Luise haalt eens diep adem en begint zich te rechtvaardigen. "Stel je voor. Bij de kooi van die wolf staat zo'n rotjongen van een jaar of zes een beetje met een stok tegen de tralies te rammelen. Ja, het was wel een mooi gezicht, hoor, zoals die wolf reageerde. Het leek wel of hij elke beweging van het kind kon voorspellen. Die souplesse, waarmee hij uitweek...! Maar dat joch wist gewoonweg niet van ophouden. Het arme beest werd er gestresst van. En dan zegt dat laffe kleine opdondertje ook nog de hele tijd 'kijk eens mama, de wolf is bang voor mij'. Dat was voor mij de druppel." Verontwaardigd gemompel aan tafel. "En toen, heb je er wat van gezegd?"

Nu neemt Lotte ineens het woord. Tijdens het luisteren naar Luises geestdriftig verhaal heeft de ergernis op haar gezicht langzaam plaatsgemaakt voor vertedering. Er klinkt iets van trots in haar stem door, als ze vertelt: "Toen is Luise op het jong afgestapt, heeft haar handen in haar zij geplant en heeft gezegd: 'Die wolf is helemaal niet bang voor jou. En als die tralies er niet waren, dan zou jíj niet weten, hoe snel je weg moest komen. Dus houd nu maar snel op met dat geklier.'" Luise kleurt onder Lottes trotse blik. "Dus ik mag de volgende keer toch wel weer mee?", vraagt ze verlegen. "Met iemand die zoveel lef heeft, dat hij een wolf kan verdedigen," antwoordt Lotte, "ga ik overal naartoe."

Sunday, March 05, 2006

Sneeuw. Heel veel sneeuw.

"Wat een hoop sneeuw he," zegt mijn huisgenote, Martina, 's ochtends in de keuken. "Ja," antwoord ik, "wat een verschrikkelijke hoop sneeuw." - "Vind ik ook. Zo veel." - "En zo wit vooral." - "Ja, erg wit. En veel. Koud ook." - "Ja, koud. Maar ook zo'n beetje nattig."- "O ja, zeker, nattig, dat mag je niet over het hoofd zien." - "Maar had jij dan gedacht, dat het gelijk zó hard zou sneeuwen?"- "Nee hoor, gisteren dacht ik nog gewoon: o.k., ja, het sneeuwt. Maar vandaag zag ik ineens dat het gewoon echt véél sneeuw is." - "Ja, dat had ik dus ook. Zo veel ineens. Nou, ... Ik moet er weer vandoor. Dag, prettige middag nog." - "Dag, pas op voor vallende boomtakken. Zeg..." - "Ja?" - "Was jij trouwens ook zo moe gisteravond?" - "Ja, meteen in bed gekropen, kon niets anders meer doen."- "Ik ook. Ben nu pas wakker geworden. Het was me het gesprek wel. Nou, fijne dag, hoor!" - "Jij ook, dag!"

Voor wie dit een vreemde dialoog vindt, heb ik hier de vertaling opgeschreven:

"Fijn dat we na drie maanden weer met elkaar praten." - "Zeg dat wel, ik ben zo opgelucht." - "Dus je bent niet meer kwaad?" - "Kwaad? Ik was eigenlijk nooit echt kwaad. In feite was het toch allemaal één groot misverstand." - "Maar wel een met vérstrekkende gevolgen." - "Ja, het had heel anders af kunnen lopen. Goed dat we gisteren zo openhartig hebben gepraat." - "Moet je nagaan: een paar dagen geleden negeerden we elkaar nog demonstratief in de keuken. En nu praten we weer gewoon met elkaar. Wel een beetje onwennig, eigenlijk." "Ja, maar ik kan nu ook niet anders. Als ik mijn mond houd, dan ben ik meteen bang dat Het Grote Zwijgen weer begint." - "Ik ook. Bovendien is het veel te leuk. Maar niet meteen te persoonlijke onderwerpen." - "Nee, dat is misschien wat te heftig. Laten we maar met iets neutraals beginnen, zoals het weer." - "Zo bekeken hebben we echt mazzel dat het nu net zo hard sneeuwt..." - "Zeg dat wel, wat een geluk!"

Friday, January 13, 2006

Vrouwenborrel

"Hee Luise! Helemaal alleen op stap vanavond? Waar is Lotte?"
"Hai Erika, dag meiden, goedenavond samen! Ja, mijn lieftallige eega ligt helaas op bed met migraine."
"Gôh, vervelend, zeg!"
"Nou! Aan de andere kant heb ik haar de hele week al gewaarschuwd: loop toch niet zo achter jezelf aan te rennen, anders kun je eind van de week niet mee naar de vrouwenborrel! Maar denk je dat ze luistert? Nee hoor, als mevrouw klaar is met haar werk en haar eigen huishouden, dan komt ze bij mij thuis nog de boel lopen regelen. Ze heeft nu net de kelder opgeruimd, de woonkamer is geverfd, volgende week komt de zolder aan de beurt. En als die schoon is – o jee: dan heeft ze even niets meer om handen. Daar moet ik iets op vinden, want als ze zich verveelt, dan gaat ze mijn kinderen op lopen te voeden. Alsof die aan één moeder niet genoeg hebben!"
"Ja, lastig als iemand niet even de boel de boel kan laten. Aan de andere kant: ook wel fijn toch, dat ze zoveel voor je doet?"
"Jawel... Maar.... Ik weet nog, haar eerste etentje bij mij thuis... Na het toetje begon ze meteen de vaatwasser uit te ruimen. Ik bedoel, ze is een grote steun voor me, maar–"
"O, hou op, ik snap precies wat je bedoelt! Eerlijk gezegd zou ik na een etentje met jou niet direct aan de vaatwasser denken..."
"Ja, zo is ze nou, die Lotte. "
"Hmmm. Zeg, over eten gesproken.... heb je de komende dagen tijd voor een gezellig dineetje bij mij thuis? Kaarsjes, wijntje, muziekje, geen afwas na afloop, maar gewoon lekker op de bank met je voetjes omhoog...?"
"O! Eh, nou, Erika, in principe komen wij graag bij je eten, Lotte en ik. Maar eigenlijk zijn we de komende weken al behoorlijk volgepland."
"Nee, ik bedoel eigenlijk, of je een keer zonder–"
"Ja, 't is wel een schat hoor, die Lotte van mij. Heeft zoveel voor me over. Ik zou niet weten wat ik zonder haar moest beginnen! Ja, ik ben echt heel gelukkig. 't Is allemaal zo anders dan in die tien jaar huwelijk met Joseph..."
"O ja, Joseph. Hoe is eigenlijk je verhouding met hém op het moment?"
"Slechter dan ooit, sinds hij definitief besloten heeft om ons huis te verkopen."
"Wat?! Waarom?"
"Geldgebrek natuurlijk. Hij zegt dat het niet eerlijk is dat ik in dat grote huis woon, terwijl hij in een eenkamerwoning op een houtje moet bijten. Stel je voor! Meneer zou veel meer geld overhouden, als hij het niet de hele tijd uit liep te geven aan 'leuke uitstapjes' met de kinderen in het weekend! Maar zo is hij: achter hun rug om het huis verkopen en als hij ze ziet, mooi weer spelen. En natuurlijk stookt hij ze tegen mij op!"
"Ja, maar weet je, kinderen hebben zo'n dubbele loyaliteit naar hun ouders toe. Die zijn toch altijd de dupe van zo'n –"
"En víes dat het bij hem thuis is! Ik heb de kinderen verboden om bij hem te douchen. Wie weet wat daar voor bacillen rondvliegen in die badkamer. Opruimen doet hij ook al niet. De huiskamer ziet eruit...!"
"Zeg, heeft hij eigenlijk ook een nieuwe vriendin?"
"Natuurlijk niet! Welke vrouw heeft er nou zin om de hele dag iemand anders zijn huis schoon te maken en de troep achter zijn kont op te ruimen?"
"O, maar ik weet wel iemand, die dat leuk vindt, hoor: Lotte!"